Blogs

  • Een burgerraad een idee voor provincie Gelderland?

    Een burgerraad een idee voor provincie Gelderland?

    In gemeente Peel en Maas experimenteren ze met een burgerraad. Deze door loting samengestelde raad van burgers praten en denken mee met de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als huisvesting, afval en zorg. De inbreng van de burgerraad wordt serieus genomen door de ambtenaren. Ze verwerken de ideeën in hun plannen. De gemeente ziet dit experiment als de manier om de kloof tussen inwoner (burger klinkt zo statig) en politiek te verkleinen.

    Inwoner een stem geven

    Op Forum Gelderland willen we ook de inwoners van Gelderland een stem geven om mee te denken en te praten over onderwerpen die ons raken. Ik zelf vind de motivatie “kloof verkleinen” te kort door de bocht. Dat lijkt meer op dat we een gevoel van afstand tussen jou en mij aan het oplossen zijn.

    Ik vind het meer dan logisch dat inwoners een grotere inbreng krijgen in totstandkoming van beleid. Door mee te denken en mee te praten worden er betere oplossingen gevonden voor problemen, is mijn ervaring. Waarom zou de ambtenaar (ook zo’n statig woord) het allemaal moeten weten? En waarom zou de beleidsmedewerker bij de overheid zich alleen maar moeten laten informeren door gespecialiseerde bureautjes en pas de gemeenteraad of provinciale staten laten mee praten/stemmen als het stuk al bijna helemaal af is?

    Ik heb een aantal maanden bij de gemeente Loon op Zand gewerkt. Ik verbaasde me hoe vanzelfsprekend het in die organisatie is om inwoners mee te laten denken en beslissen bij onderwerpen. Zo hadden ze een wedstrijd uitgevaardigd “het beste idee voor zorg” waarin inwoners werden opgeroepen om verbeterideeën in te brengen voor de zorg. Meer dan honderd voorstellen kwamen binnen. De inwoners gaan de komende periode in Loon op Zand stemmen welke initiatieven uitgevoerd mogen worden met hulp en geld van de gemeente.

    Burgerraad?

    Binnen de provincie Gelderland worden op dit moment ook tal van initiatieven ontwikkeld waar inwoners over kunnen meedenken en beslissen. Bijvoorbeeld bij het verdelen van subsidies. Een uitstekende ontwikkeling. Als coördinator van Forum Gelderland hoop ik de collega’s van de provincie Gelderland te inspireren om meer van dit forum gebruik te maken: om ideeën te toetsen, kennis te delen en met inwoners in gesprek te gaan over belangrijke thema’s Ik nodig jou ook van harte uit om onderwerpen en discussies te starten. Het wordt gezien.

    Wat denk jij? Moet de provincie Gelderland ook gebruik maken van een burgerraad?

  • Gelderland over tien jaar nog net zo mooi?

    Gelderland over tien jaar nog net zo mooi?

    Kijkend naar de natuur en het landschap, is de provincie Gelderland misschien wel de mooiste van Nederland. Ik woon zelf in Noord-Holland, waar ik vooral geniet van de zee. Het weidse uitzicht over het water, geeft mijn hoofd een frisse kijk op dingen. Het is altijd letterlijk en figuurlijk uitwaaien aan zee. Maar toch, als ik ’s morgens de provincie Gelderland inrijd, waar ik werk, kan ik genieten van de vergezichten. En van de heuvels als ik Arnhem nader. ‘Je zult maar op de fiets zitten’, denk ik altijd. Vergeleken bij Arnhem, is een fietstochtje door de duinen “een eitje”.

    Barneveld aan Zee

    Maar zie ik over tien jaar nog steeds die vergezichten als ik bij Veenendaal Gelderland inrijd? Of zie ik dan door de energietransitie overal windmolens staan op de Posbank? Rijd ik zelf of brengt de auto mij automatisch naar Arnhem? Ik houd van de zee en filosoferend over de toekomst, zou het best weleens kunnen zijn, dat de zeespiegel dan zo gestegen is, dat de dijken doorbreken en we vanzelf “Barneveld aan Zee” zien ontstaan. Een gekke gedachte? Ik weet het niet. Er zijn net zoveel doemdenkers als optimisten als het over het klimaat gaat.

    Ik benader het liever optimistisch. Als we allemaal ons steentje bijdragen aan een duurzame planeet, is Gelderland over tien jaar nog steeds een mooie provincie met veel natuur en een mooi landschap. En kan ik na een werkweek nog steeds genieten van de zee in Zandvoort of Bloemendaal, zonder dat deze dorpen onder water liggen. En ja, daar staan dan misschien wel windmolenparken die de één fraai vind en de ander echt afschuwelijk om te zien. We rijden over tien jaar misschien wel allemaal elektrisch óf we rijden helemaal niet meer zelf, dat doen de auto’s wel voor ons.

    Keuzes maken

    En als ik kijk naar de arbeidsmarkt, dan hoop ik, dat we over tien jaar echt kunnen spreken van “inclusie”; een markt waarin iedereen kan meedoen, of je nu een handicap hebt of niet. En of je nu een opleiding “programmeren” hebt gedaan of niet. Wat mij betreft, wordt het ook allemaal wat minder. Waarom praten we altijd over banen en uren? Waarom niet over gezamenlijk iets voor elkaar krijgen met zelfsturende teams waarin plek is voor ieders talent? Waarom verdelen we de welvaart niet anders? Is het creëren van banen niet ook een beetje vervuilend?

    Kies je voor het één, dan kun je niet kiezen voor iets anders. Als je investeert in recreatie, levert dit werkgelegenheid op, maar misschien ook wel een “verstoring” van het landschap. Als je investeert in het ontwikkelen van nieuwe opleidingen, heb je ook ruimte nodig om studenten te huisvesten. En als je investeert in een concurrerende internationale positie, betekent dit misschien wel meer vervuiling.

    Op Forum Gelderland praten we de komende weken over het thema “Gelderland over tien jaar”. Welke ideeën heb jij daarbij? Hoe houden we de provincie mooi en aantrekkelijk? Wat zijn de beste keuzes? Deel je mening en ideeën!

  • Niet leuker, wel duurzamer en toekomstbestendiger

    Jan Jacob van Dijk 02-02-2017
    Niet leuker, wel duurzamer en toekomstbestendiger

    Energietransitie is onontkoombaar. Draagvlak is daarbij van groot belang, maar ook lef en moed

    De afgelopen weken lopen de emoties over de plaatsing van windmolens hoog op in de gemeenteraden van Zevenaar en Zaltbommel. Daarbij komt óók de rol van de provincie aan de orde als boeman die voorbij gaat aan het gebrek aan draagvlak. Hoe zit dat nu met draagvlak en de rol van provincie en gemeentens.. Daarbij komen ook de veel fundamentelere vragen aan de orde zoals waarom we überhaupt aan de slag moeten. Waarom maakt de provincie zich zo druk om de energietransitie?

    Waarom energietransitie?

    Het klimaat verandert en de mens draagt daar stevig aan bij. Een andere manier van energie is nodig voor de toekomst van onze kinderen. Ook om minder afhankelijk te zijn van politiek instabiele landen als Rusland of gebieden in het Midden Oosten voor onze energievoorziening. Economisch gezien levert het ons voordeel op door nieuwe werkgelegenheid. En tot slot voorkomt het migratiedruk vanuit Afrika en Azië, want deze gebieden zullen als eerste te kampen krijgen met de negatieve gevolgen van de klimaatverandering.

    Aan de slag

    Al deze redenen maken dat we samen aan de slag moeten met energietransitie. In Gelderland hebben bijna alle gemeenten, de provincie en nog meer dan 100 andere organisaties het Gelders Energie akkoord getekend. Afspraken over energiebesparing, duurzame energieopwekking en meer duurzame mobiliteit maken deel uit van dit akkoord. Ook landelijk hebben provincies afspraken gemaakt met het rijk voor het realiseren van 230,5 megawatt wind op land. Een afspraak die we moeten, willen én zullen uitvoeren. Die staat niet ter discussie.

    Geen verplichting

    Daarbij lopen we tegen de bepaling uit de Elektriciteitswet aan die provincies verplicht om inpassingsplannen op te stellen als gemeentes niet willen meewerken. Die bepaling leidt tot vervelende situaties omdat we gemeenten moeten overrulen. Daar wil ik van af want we zijn allemaal overtuigd van de noodzaak om er wat aan te doen.. Maar dat vraagt ook om serieus werk te maken van energietransitie.

    Wel lef en moed

    En serieus werk maken van energietransitie vraagt van overheden moed en lef. Want we moeten aan nu aan de slag om in 2050 energieneutraal te zijn. En daarvoor hebben we zonnepanelen, windparken en biovergisters nodig. En ja, draagvlak onder de bevolking is daarvoor van groot belang. Onze aanpak is daar ook op gericht: samen met de bevolking de keuzes maken. Maar we zullen moeten wennen aan ingrepen in het landschap. En we willen overlast voorkomen, maar soms zal dat niet helemaal lukken. Dat doet pijn, voor de burger, maar ook voor ons. We kunnen het niet altijd voorkomen.

    Niet leuk

    Dus moeten we eerlijk zijn over de gevolgen van keuzes die we moeten maken, de ingrepen die daarvoor nodig zijn en en de overlast die dat op kan leveren.. Het vraagt lef om die gesprekken aan te gaan en moed om mensen in de ogen te kijken. Maar dat is wel de consequentie van de wens om ons comfort te behouden en het klimaat niet verder te verslechteren. Daar kunnen we niet van weglopen.

    We kunnen het niet leuker maken, wel duurzamer en toekomstbestendiger

    Jan Jacob van Dijk

    Gedeputeerde Energietransitie provincie Gelderland

  • Ruimte voor waardevolle afspraken

    Jan Jacob van Dijk 16-12-2016
    Ruimte voor waardevolle afspraken

    Ruimte voor waardevolle afspraken

    Concurrentie heeft ons veel gebracht: meer innovatie, meer keuze en lagere prijzen voor onze dagelijkse boodschappen. Voor eerlijke concurrentie zijn regels opgesteld in het mededingingsrecht. Maar we schieten door als ketenpartijen geen gezamenlijke afspraken kunnen maken over het verduurzamen van agrarische producten. Want deze afspraken kunnen leiden tot een betere leefomgeving, wat een voordeel is voor iedereen. Daarom roepen de ondertekenaars van deze brief de politiek op om bij de Europese Commissie én de ACM af te dwingen om óók de maatschappelijke voordelen mee te nemen in haar afweging bij het beoordelen van ketenafspraken. Zodat agrariërs en andere ketenpartijen terechte maatregelen kunnen nemen met de mogelijkheid om die terug te kunnen verdienen.

    In de politiek roepen steeds meer mensen op tot een duurzame landbouw die meer doet aan luchtkwaliteit, dierenwelzijn en landschappelijke inpassing. Politici kunnen hiervoor wetgeving maken. Terugverdienen van de hogere kosten die gepaard kunnen gaan met wettelijk opgelegde verplichtingen, kan alleen als de overheid hiervoor subsidie beschikbaar stelt. Anders is het wanneer boeren en tuinders maatregelen moeten nemen omdat de afnemer bijvoorbeeld minder uitstoot of meer dierenwelzijn vraagt. Hiervoor moeten partijen samenwerken. En het vraagt om transparante ketens waar producent, leverancier en afnemer elkaar kennen. Zo werkt het meer en meer in Nederland en zo zou het op de exportmarkten ook moeten werken. In vaste ketenrelaties is geen ruimte voor anonimiteit. Duurzaamheidsinitiatieven vragen dan om afspraken tussen de verschillende schakels in de keten. Tussen bijvoorbeeld de varkenshouder, de slachterij, de fabrikant en de supermarkt. Vooral op de exportmarkten, maar ook in Nederland. Als een agrariër investeert in een beter milieu, meer dierenwelzijn, een betere landschappelijke inpassing, dan wil hij die investering terug kunnen verdienen.

    Maar gezamenlijke ketenafspraken maken mag niet volgens de Autoriteit Consument en Markt én de Europese Commissie. Zo’n afspraak tussen ketenpartners leidt in hun ogen tot kartelvorming en tot hogere prijzen. Deze redenering is niet langer vol te houden. Dat ziet de ACM zelf ook in, gezien de recente aanpassing van hun beleid. Er kan nu rekening worden gehouden met afspraken om verduurzaming mogelijk te maken. Dat is een belangrijke stap, maar hiermee zijn we er nog niet. Zo wijst de ACM nog steeds een afspraak over de Kip van Morgen af, omdat dit prijsverhogend zou werken en de consument dit niet zou willen.

    De beperkte opvatting die de ACM heeft over verduurzaming in relatie tot prijsvorming dient aangepast te worden. De ouderwetse manier dat alle maatschappelijk gevraagde verbeteringen uiteindelijk in euro’s moeten worden uitgedrukt, moet plaatsmaken voor een breder, meer integraal waardebegrip bij de ACM, waarin ook de gevolgen voor de leefomgeving zijn meegenomen. Dus ook de kosten om onze omgeving te ontzien of te ontlasten moeten worden meegenomen. De ACM stelt dat zij zich moet houden aan de Europese mededingingsregels. De commissie Veerman heeft laten zien dat dit standpunt nuance behoeft. Het is van belang dat óók de Europese Unie meer ruimte biedt voor dit meer integrale waardebegrip.

    Wij onttrekken ons niet aan onze verantwoordelijkheid om onze rol te spelen voor een goede leefomgeving voor mens en dier. Elke handeling vraagt van ons om te bedenken welk effect die heeft op onze omgeving. Dit is geen nieuw idee: naast de al genoemde commissie Veerman gaat ook de commissie Nijpels hier uitvoerig op in. En als de Europese Commissie en de ACM het niet uit zichzelf doet, dan is het nu aan de politiek om dit bij beiden af te dwingen.

    Als we serieuze stappen willen zetten naar verduurzaming van de agrarische sector, moet er ruimte komen voor ketenbrede afspraken om kwalitatieve verbeteringen te realiseren. En als dit mogelijk zou leiden tot een hogere prijs voor de consument, dan is dat de prijs die we als samenleving ervoor over moeten hebben. Zo dragen we allemaal bij aan een beter Nederland.

    Thijs Cuijpers, diirecteur LTO

    Jan Jacob van Dijk, gedeputeerde Vitaal Platteland Gelderland

    Marc Jansen, directeur CBL

    Philip den Ouden, directeur FNLI

  • “Bemoederen” van het landschap

    Jan Jacob van Dijk 24-11-2016
    “Bemoederen” van het landschap

    Als provincies laten we de afgelopen jaren zien dat we ons verantwoordelijk voelen voor het landschap. Als regionale overheid bemoederen we het landschap door zo vroeg mogelijk samen met anderen te zoeken naar kansen voor het landschap. Bijvoorbeeld kansen voor energietransitie, wonen, landbouw, recreatie, natuur. Dat doen we door samen te kijken hoe we de verschillende functies van het landschap met elkaar kunnen verbinden.  Zodat inwoners zich thuis blijven voelen in en trots blijven op ‘hun’ landschap. Door samen ruimte te zoeken en te bieden aan opgaven in datzelfde landschap.

    Koesteren

    Ook in Gelderland voelen we ons verantwoordelijk voor het landschap. Zo hebben we op regionaal niveau gezocht naar kansen voor een goede landschappelijke inpassing van de nevengeul bij Nijmegen. Maar tegelijkertijd is het landschap steeds vaker onderwerp van gesprek met inwoners, die vinden dat het landschap is aangetast. In de afgelopen eeuwen is het landschap steeds aan verandering onderhevig geweest. En daar is lang niet zo intensief over landschap gesproken als nu het geval is. Een aanvullende verklaring is dat inwoners hun eigen omgeving steeds meer koesteren als gevolg van de globalisering. Als provincies staan we voor opgaven die tot veranderingen van het landschap leiden. Denk aan energietransitie, demografische ontwikkelingen, klimaatverandering. Hoe gaan we dan met die spanning om?

    Naast bemoederen beleven, benutten en beschermen

    Door het bemoederen van het landschap zoeken we op regionaal niveau naar kansen en oplossingen. Door zoveel mogelijk mensen in een vroegtijdig stadium te betrekken. Als we dan ook samen met inwoners, bedrijven en anderen de dillema’s bespreken is de bereidheid groot om hier aan mee te werken. Bij het landschap gaan we vervolgens uit van drie functies: beleven, benutten en beschermen. We willen een landschap om te beleven, waar mensen recreëren en wonen. Landschap biedt ook de basis voor economische activiteiten van agrariërs en recreatieondernemers, die het landschap benutten. En het beschermen van bijzondere landschappen spreekt voor zich.

    Dialoog

    Voor ons zijn deze drie functies een manier om in samenhang naar het landschap te kijken. In dialoog kijken we samen met inwoners en anderen naar wat mogelijk is. Dit voorkomt escalaties en draagt bij aan een beter begrip van de functies van het landschap voor iedereen. En voorkomen we het gevoel dat het landschap te grabbel wordt gegooid. Deze dialoog met de inwoners werkt alleen als we het vertrouwen van de inwoners hebben én behouden. En vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat vertrouwen behouden we door niet van tevoren te bepalen aan welke criteria allemaal voldaan moet zijn.

    Verantwoordelijkheid

    Daarnaast zijn inwoners niet alleen deelnemers aan een gesprek, ze zijn ook consumenten. En ons consumptiegedrag heeft gevolgen voor ons landschap. Als we hechten aan de koe in de wei, dan kunnen we dat stimuleren door weidemelk te drinken. Dat geldt ook voor de eieren die we kopen, het vlees dat we eten en de groente die we gebruiken. Als de inwoner het landschap belangrijk vind, moet hij daar ook zijn eigen verantwoordelijkheid als consument in nemen. Maar dat geldt ook voor bedrijven, overheden en anderen.

    Mee doen met benutten

    Hoe ziet dit er dan in de praktijk uit? Bij plannen voor het landschap is het goed als plannenmakers zo snel mogelijk in contact treden met hun omgeving. Zodat de omgeving niet alleen mee kan weten, maar ook mee kan denken of zelfs mee kan doen. Plannen voor een nieuw windmolenpark benutten het landschap om energie op te wekken. Steeds vaker zien we daarbij juist dat het benutten van die opbrengst van duurzame energie een reden is voor anderen om ook mee te doen. Denk aan energiecoöperaties, die zelf duurzaam aan de slag willen. Een goed voorbeeld is Windpower Nijmegen. Het landschap verandert door de komst van windmolens van burgers langs de snelweg, maar op deze plek zijn de gevolgen voor de beleving van het landschap tot een minimum terug gebracht.

    Dialoog versus inspraak

    Soms is het moment van dialoog helaas voorbij. Bijvoorbeeld  als we in een rol worden geduwd van het opstellen van een inpassingsplan op basis van de energiewet. Dan gaat het alleen maar om het toetsen of een windmolenpark ruimtelijk mogelijk is. Met een dergelijk positie ben ik niet blij, want dan is er geen ruimte voor dialoog maar alleen voor inspraak. En ook daar moeten we dan eerlijk over zijn.

    Meebewegend landschap

    Alles overziend vind ik dat provincies hun verantwoordelijkheid nemen voor het landschap. Door als een ‘moeder’  op regionaal niveau de verschillende spelers bij elkaar te brengen. En samen te zoeken naar mogelijkheden om de verschillende functies van het landschap met elkaar in verbinding te brengen. Zo werken we aan een landschap dat we koesteren, waar wij ons thuis voelen, trots op zijn en dat zoals altijd meebeweegt met de opgaven waar we voor staan.

     

  • Bouwen en wonen anno 2016

    ProfielfotoUko Post 10-11-2016

    Op het Wooncongres in Den Haag vertoonden de diagrammen weer mooie, stijgende lijnen: het consumentenvertrouwen in de woningmarkt neemt toe, er worden steeds meer woningen verkocht en de koopprijs zit ook in de lift. Toch waren ook de sombere geluiden niet van de lucht: bestaand bebouwd gebied wordt maar mondjesmaat herontwikkeld, er worden te weinig woningen gebouwd en de woningnood in grote delen van ons land neemt toe. Kunnen we nou gerust gaan slapen of niet?

    Zoals vaak in het leven, ligt de waarheid in het midden. De stad is momenteel mateloos populair, met als gevolg: veel vraag naar woningen, een oplopende prijs en een schaarser wordend aanbod. Het lukt de markt op dit moment niet daar tegenop te bouwen. En als ik zo hoor hoe verschillend er over oplossingen gedacht wordt, dan zie ik dat nog niet zo gauw veranderen. Het ene kamp wil van de knellende banden af en wil snel veel woningen bouwen, onder meer in de weilanden buiten de stad (“het gas erop”, “geen kassabonplanologie en semicommunisme meer” en “laat de rode contouren los en wijs donkergroene contouren aan”). Daar tegenover staan de voorstanders van transformatie van het bestaande stedelijke gebied. Zij zien veel potentie in herontwikkeling. “De helft van de woningvraag kan in de gebouwde omgeving opgelost worden. Dat is geen druppel op een gloeiende plaat”.

    Het is voor de congresganger best vermakelijk om deze uitgesproken standpunten te horen, maar het geeft mij geen gerust gevoel. Hetzelfde onbehagen krijg ik als ik naar de nieuwe Woningwet kijk waar we nu alweer enige tijd mee werken. Veel huurders zullen er niet zoveel van gemerkt hebben, maar op de werkvloer zijn we er maar druk mee. Laat ik een paar voorbeelden geven:

    1. Sinds deze zomer zit Zutphen in één woningmarktregio met gemeenten als Urk en Hardenberg. Er is woningmarkttechnisch gezien geen enkel verband tussen Zutphen en deze twee gemeentes; ze liggen ook nogal ver bij elkaar vandaan. In Limburg en Groningen/Drenthe zijn de afstanden nog groter. De Minister heeft alle regio’s goedgekeurd. Is dit wat hij beoogd had?

    2. Het passend toewijzen pakt voor de huurder soms gunstig uit omdat de corporatie veel huren verlaagd heeft, maar het werkt wel segregatie in de hand en het beperkt de woningzoekende soms in zijn keuzevrijheid. De Minister hoeft waarschijnlijk minder huurtoeslag te verstrekken, maar zijn we er op lokaal niveau nou veel mee opgeschoten?

    3. En dan de scheiding DAEB/niet-DAEB (google svp even als dit je niks zegt). Hoe leg ik dit uit op een feestje? Corporaties bouwen hierdoor minder middeldure huurwoningen, een segment waar juist nu behoefte aan is.

    Toch is er ook nog veel waar ik wel blij van word. Als burgers in een lab-achtige context op zoek gaan naar de identiteit van hun straat en enthousiast meedenken over hoe die straat levendiger kan worden. Als de voormalige stadsdichter een fraai gedicht schrijft over die straat en daarmee precies aangeeft waar de schoen klemt. Als er zomaar opeens een roze piano met gifgroen krukje op een brug wordt gezet met de uitnodiging: spelen maar. Als ik steeds meer fraaie muurpoëzie zie verschijnen in de stad. Als blijkt dat het erg meevalt met dat grote azc aan de rand van de wijk. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Anno 2016 gaat er in bouwen en wonen-land gelukkig ook veel goed en dat is mooi om te zien.

     

  • Werken aan de bedoeling

    Vandaag was er een congres in het kader van de Open Overheid. 'Gastheer' gemeente Haarlemmermeer trapte de dag af met hun werkwijze 'werken aan de bedoeling'. Toevallig had ik hier al eens eerder kennis mee gemaakt, maar toen was het nog niet zo concreet als nu. Inmiddels dient de gemeente Haarlemmermeer als voorbeeld voor veel andere gemeenten.

    Zij werken aan de bedoeling. Het klinkt zo logisch! Je zou jezelf als ambtenaar iedere dag moeten afvragen of datgene wat je gaat doen bijdraagt aan de bedoeling.

    Een onbedoeld rapport

    Een voorbeeld van een van hun ambtenaren illustreerde dit: jarenlang leverde hij op regelmatige momenten allerlei cijfermatige analyses in en procesinformatie over de interne organisatie. "Tegen de tijd, dat het bij de Raad kwam, waren de scherpe kantjes er al lang weer vanaf en was het document alweer anders dan hoe ik het had bedoeld". Hij zag er tegenop om steeds weer al die systemen en processen in te duiken voor een rapport dat slechts werd gelezen uit gewoonte, niet omdat het moest of bijdroeg aan de bedoeling. Hij stelde de vraag of hij niet kon stoppen hiermee. Het antwoord was, dat wettelijk was vastgelegd dat gemeenten dit dikke rapport opstellen. Deze ambtenaar dook de wet in en zocht de betreffende tekst op. 'Op regelmatige basis' moest een dergelijk rapport worden gemaakt. "Okay, dus dat kan ook twee keer per honderd jaar zijn?", vroeg hij. Inmiddels heeft hij al twee jaar lang dit rapport niet meer gemaakt en niemand heeft ernaar gevraagd...Ik bedoel maar, de bedoeling dus.

    Voor je eigen bedoeling moet ook ruimte zijn. Wat is jouw bedoeling met werken bij de overheid? Voor de ene ambtenaar kan dit 'dienstbaarheid aan de maatschappij' zijn en voor de andere 'dingen goed willen regelen voor de klant'. Vraag jezelf dus dagelijks af of je deze persoonlijke bedoeling ook hebt waargemaakt.

    Het systeem

    Ik volgde de workshop van Egon Beaart over 'het systeem'. Veel organisaties werken nog vanuit het systeem waarin 'het management' wordt geadviseerd door 'de staf' en waarin medewerkers 'de dingen doen'. Weet het management dan werkelijk wat er speelt? En komt jouw talent tot uiting? Doe jij als 'werkpaard' wat je wilt? In dit systeem, blijkt uit onderzoek, voelt slechts 15% van de medewerkers zich betrokken bij hun werk. Terwijl in een open systeem, een zogenaamde netwerkorganisatie, dit percentage op 66% ligt! Er gaan miljarden verloren bij overheid en bedrijfsleven door het niet benutten van talent, het hoge ziekteverzuim daardoor en de inefficiënte processen. Maar ook in deze workshop ging het om jezelf. Het eindigde met de vraag: "Zit jij op een plek waar je talenten worden benut en je 'vrij' bent om te leren?"

    Gelukkige ambtenaar

    En dan de workshop 'werken aan geluk'. Hoe gelukkiger je bent als mens en als mens in je werk, hoe hoger je productiviteit. In deze workshop lagen de cijfers weer anders, want hier was de veronderstelling, dat gelukkige medewerkers 12% productiever zijn. Belangrijker is de boodschap: doe je wat je wilt? En breng jij geluk op je werk voor anderen? Bijvoorbeeld door complimenten te geven of een 'geluksruimte' in te richten waar je fijne berichten kunt lezen en 'gelukkige' berichten kunt versturen naar je collega's. Of door echt te luisteren en verbinding te maken.

    Je omgeving in beeld

    Zo eenvoudig is het nog niet om als overheid precies te weten wie je belangrijkste gesprekspartners zijn en met welke mensen uit de samenleving je in contact moet komen om samen iets voor elkaar te krijgen, leerde deze workshop. Neem bijvoorbeeld burgerinitiatieven. Als overheid, een provincie bijvoorbeeld, wil je heel graag weten welke burgerinitiatieven er allemaal zijn. Enerzijds om de opgedane kennis van deze burgers te delen met andere burgers en anderzijds omdat je soms financiële keuzes moet maken of verschillende gemeenten wilt verbinden in een initiatief. Welk initiatief krijgt subsidie? Overzie je wel alles? Het antwoord is natuurlijk 'nee'. Kleine initiatieven van burgers, die maatschappelijke impact hebben (plaatselijk of regionaal), ken je niet als deze burgers het helemaal zelfstandig hebben opgepakt. Hier ligt dus ook een uitdaging voor de overheid. Burgerparticipatie is een belangrijk politiek onderwerp. En het gebeurt al, maar we kennen de initiatieven niet allemaal. Digitalisering en 'online' verbinding via social media en forums helpen hierbij, maar helemaal volledig kun je nooit worden. De overheid moet dus een goede balans vinden tussen 'letterlijk in de maatschappij staan' en 'online in de maatschappij staan'. Veiligheid van data is hier ook een belangrijke opgave.

    Hoe zie jij dat?

    De dag ging over de Open Overheid, maar - in ieder geval bij de workshops die ik heb bijgewoond -, ging het vooral over de ambtenaar als mens, als collega en als professional. Een ding weet ik zeker: een ambtenaar die werk doet dat hij of zij leuk vindt en de ruimte heeft om naar eigen inzicht aan de bedoeling te werken, is een ambtenaar die intrinsiek gemotiveerd is om samen met de samenleving te werken aan een fijne samenleving! Voor mij geldt dit zeker, toch een fijne conclusie na deze dag.

    Waar ik heel benieuwd naar ben, is hoe de omgeving van onze organisatie - de lezers, leden en bezoekers van dit forum bijvoorbeeld - de Open Overheid zien en de rol van de ambtenaar daarin. Reacties welkom!

  • Een geslaagde pilot

    ProfielfotoUko Post 06-10-2016

    Altijd leuk natuurlijk als een proef succesvol blijkt. In Zutphen proberen we gezamenlijk de huurachterstanden en huisuitzettingen te verminderen. Dat is belangrijk, want het kost iedereen geld als je met de huur achterloopt en het geeft veel ellende als je op straat komt te staan. Dat we zulke mooie resultaten zouden bereiken hadden we echter niet verwacht.

    Onze pilot heet “Vroegsignalering huurachterstanden” en de gedachte erachter is de volgende: pak het probleem zo vroeg mogelijk aan en doe dat gezamenlijk als corporatie en welzijnsorganisatie. Dan ben je er snel bij en blijft het probleem klein. Concreet betekent dit dat bij één maand huurachterstand een woonconsulent van de corporatie samen met de maatschappelijk werker van de welzijnsorganisatie bij een huurder op de stoep staan. Zij gaan – als de deur wordt opengedaan – in gesprek over de reden dat de huur niet betaald is, ze proberen tot oplossingen te komen en zetten zich in om escalatie van problemen te voorkomen. Vaak blijkt er een meervoudige problematiek schuil te gaan achter een huurachterstand (verslaving, werkloosheid, psychische problemen, te laag inkomen, niet goed het budget kunnen beheren, etcetera).

    We zijn hier nu een jaar mee bezig en de resultaten zijn boven verwachting. Het aantal aanzeggingen tot ontruiming neemt fors af en het aantal huisuitzettingen ook. Er komen minder mensen op straat te staan en er wordt gewerkt aan de achterliggende problemen. Het levert een kostenbesparing op voor de corporatie én voor de samenleving. Mooi is ook de bijvangst dat de klantconsulent en maatschappelijk werker elkaar beter weten te vinden en dat er meer waardering voor elkaars werk is.

    We hebben uiteindelijk ook de huurder zelf bij de pilot betrokken. Van vijf casussen hebben we (met behulp van de zogenoemde effectencalculator) berekend wat het zou het kosten als een gezin uit huis gezet zou worden en wat de kosten zijn bij vroegsignalering. Ook hier zagen we weer mooie uitkomsten. We kunnen veel kosten besparen door problemen in de kiem te smoren, verdere escalatie te voorkomen en meer samen te werken. Kortom, het project verdient zichzelf terug.

    Een hosannaverhaal dus en daarom willen we de proef gaan omzetten in structureel werk. Daarvoor is natuurlijk geld nodig en we moeten ook nog garanderen dat de privacy van de huurders geborgd is. Ik kan me echter niet voorstellen dat er niet ergens geld gevonden kan worden voor dit soort initiatieven, want van deze manier van werken (vroeg eropaf, samenwerken met andere organisaties, probleemoplossend, vastbijten in de case, gericht op het individu) worden veel mensen blij.

  • Warmtenet voor dummies

    ProfielfotoUko Post 19-07-2016

    Stel: je hebt als gemeente geen warmtenet, maar je wilt er wel één aanleggen. Hoe doe je dat? In Zutphen is deze vraag actueel. We willen een duurzame gemeente zijn en hebben veel warmte over, dus gaan we onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een warmtenet. Een duurzame gemeente word je immers niet zomaar, je mag best op meerdere paarden wedden (zon, wind, isolatie en dus ook warmte).

    We zoeken eerst een bureau dat vaker met dit bijltje gehakt heeft en gaan daarmee samen op pad. We gaan bij enkele grote bedrijven langs om te beoordelen of zij warmte over hebben (de aanbodkant dus). Daarbij is natuurlijk van belang hoeveel warmte zij beschikbaar hebben, in welke temperatuur dat is, of zij die willen afstaan en of de bedrijven de komende jaren op hun plek blijven zitten. We beoordelen tegelijkertijd of geothermie - warmte uit de ondergrond - een reële optie is en of het nodig is om deze bron toe te voegen.

    Daarna bekijken we de vraagkant: zijn er voldoende woningen of andere gebruikers die behoefte hebben aan warmte? Een ziekenhuis misschien, een grote tuinder met flink veel kassen, een zorginstelling of een gevangenis. Dat kunnen belangrijke vragers zijn voor een eerste start van een warmtenet. En waar liggen deze potentiële afnemers van warmte? Idealiter liggen vraag en aanbod dicht bij elkaar, want dan verlies je zo min mogelijk warmte en hoef je maar weinig buizen aan te leggen.

    Onze aftastende zoektocht doen we niet alleen. We hebben Alliander en de provincie aan tafel. Het gaat bij een warmtenet wel even om een investering voor tientallen jaren van enige miljoenen en dat kan een kleine gemeente niet in haar eentje opbrengen. Partijen als Alliander en de provincie brengen daarnaast veel contacten, kennis en ervaring mee.

    Onlangs presenteerde het bureau de eerste uitkomsten en dat bleek goed en slecht nieuws te zijn. Het goede nieuws is dat er veel restwarmte beschikbaar is: voor 15.000 huishoudens, dat is 75% van het aantal huishoudens in Zutphen. Bovendien is dit grotendeels natuurlijk opgewekte warmte (dus geen warmte die is ontstaan bij verbranding van fossiele brandstoffen). Het minder florissante nieuws is dat er echter maar bij 600 huishoudens vraag is naar deze restwarmte. Er is weinig gestapelde bouw die we op een net kunnen aansluiten. Veel grote wooncomplexen hebben net nieuwe ketels aangeschaft. Verder is er niet één grote afnemer die als basis kan dienen voor een net. Er lijkt een buizennet nodig met een lengte van 5,5 km; dat is een groot en dus duur netwerk. De conclusie is dat er € 9 miljoen geïnvesteerd moet worden en dat dit een laag rendement oplevert. We hadden liever andere uitkomsten gehoord.

    Hoe nu verder? We kunnen de stekker eruit trekken, we kunnen kijken of er subsidie beschikbaar is, we kunnen over vijf jaar kijken hoe de vlag er dan bij hangt. Of we gaan gewoon toch nu klein beginnen met de aanleg van een net, we laten de huizen die we willen aansluiten links liggen en gaan kijken hoe de bedrijven onderling de restwarmte kunnen gebruiken via zogenoemde korte ketens. Dan zijn de afstanden een stuk kleiner en wordt het niet zo’n grote investering. We zien nu al dat bepaalde bedrijven zo nu en dan warmte uitwisselen. Dan bekijken we de komende tijd wel hoe dit net zich verder gaat ontwikkelen.

    Door die buizen bovengronds aan te leggen, ontwikkel je tegelijkertijd een soort icoon en laat je aan de buitenwereld (letterlijk) zien dat je restwarmte benut. Een beetje visionair ziet dan al gauw  mogelijkheden voor een langzaam verkeersroute langs die buizen, een groene high line, wat folleys voor start ups en ga zo maar door. De ruimtelijke kwaliteit krijgt zo een mooie impuls. Ik word er al een beetje warm van.

    Uko Post, adviseur ruimte en wonen bij de gemeente Zutphen

  • Samenwerking als particuliere eigenaar met diverse (sub) overheden

    Als mede eigenaar van Berenschot's  Watermolen heb ik me jaren druk gemaakt (positief bedoeld) om de watermolen te herstellen i.s.m. WRIJ, Gemeente, Provincie en Rijksoverheid.  Dit geldt niet alleen voor de financiering,  maar ook voor de samenwerking, de afstemming en nog veel meer. We hadden met van alles te maken: Habitat, Natura 2000, HEN water, Kader Richtlijn Water, de buren  en niet te vergeten ons stuwrecht.  Na een 8tal jaren is zijn de herstelwerkzaamheden afgerond. En ik kan zeggen: in goed overleg en goede samenwerking met elkaar!  We zijn eerlijk en duidelijk geweest naar elkaar. Die ruimte was er. Daardoor werkte de samenwerking prima.
    In de loop van de rit bleek dat ik het als particulier niet van alle regels, nota's, richtlijnen, wetgeving op de hoogte was. Dat is natuurlijk ook logisch. Mijn eigenlijke vak is horeca en recreatie en manager van een horeca bedrijf. Maar door me in te lezen via internet en deelname aan een gebruikersgroep van een Habitat gebied, werd ik vanzelf wijzer.
    In de loop van deze jaren is me wel duidelijk geworden dat organisaties op een ander niveau opereren/werken dan de burger. Het is soms moeilijk te doorgronden / te begrijpen / te acherhalen waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Of waarom er gereageerd wordt op een vraag zoals er gereageerd wordt. De communicatie  (duidelijkheid met uitleg) vanuit een (sub  /overheid) organisatie mag in mijn ogen beter. Een burger kan immers niet met alles op de hoogte zijn inzake een rapport, nota, habitat. Daar is volgens mij nog een slag te slaan. De samenwerking kan dan alleen nog maar gemakkelijker / beter / soepeler worden. 
    Mijn uitgangspunt is: ik ben niet alleen op de wereld. We moeten rekening houden met elkaar.
    Wat ik zou willen in mijn organisatie, wereldje, omgeving wil niet zeggen dat een ander dat ook wil. En dan moet het ook nog allemaal kunnen!
    Op deze manier zijn we de besprekingen ingestapt in 2007. En met goed gevolg en een goed gevoel na afloop! En dit geldt m.i. voor alle partners in deze besprekingen.