Forum GelderlandPraat, denk en doe mee

Blogs

  • Gelderse waterstofprofessionals ontmoeten elkaar op de HAN

    In Gelderland  wordt hard gewerkt aan waterstoftechnologie. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen voedt, stimuleert en verbindt het Gelderse waterstofnetwerk. Achttien professionals uit ‘de waterstofketen’ en de politiek deden donderdag 15 maart hun verhaal bij de HAN tijdens het minisymposium Waterstof in Gelderland op de Kaart in Arnhem.

    Gerard Taat van de provincie Gelderland geeft een presentatie

    ‘Diesel eruit, waterstof erin’, zegt Marc de Kroon, senioradviseur economie voor de gemeente Arnhem, tijdens het minisymposium. Hij schetst het beeld van een stad die een duurzame weg is ingeslagen. De Kroon spreekt over de strenge milieuzonering in de Gelderse hoofdstad en het eerste waterstoftankstation van Nederland, dat in Arnhem werd geopend.

    Waterstofactiviteiten

    In Arnhem en omstreken werken veel partijen met waterstof, blijkt tijdens het minisymposium. Achttien sprekers passeren de revue. Beleidsmakers, ondernemers en onderzoekers doen hun verhaal onder druk van een timer, die genadeloos begint te piepen als een presentatie uitloopt.

    Een greep uit de presentaties: Peter Tap van Toyota Material Handling vertelt over de ontwikkeling van waterstofbussen voor de Olympische spelen in 2020 en de behoefte aan waterstofsystemen voor vorkhefstrucks, lector Meet- en Regeltechniek Aart-Jan de Graaf vertelt over onderzoek naar het tankstation van de toekomst, Margien Storm van Leeuwen van Bredenoord vertelt over een opslagsysteem op waterstof.

    Het project Hydrova

    De presentaties vinden niet voor niets op de hogeschool plaats. De HAN ziet een belangrijke toekomst voor waterstof. Onlangs werd het project Hydrova in het leven geroepen, waarbij de HAN samenwerkt met bedrijven uit de waterstofketen. ‘Onze partners brengen problemen in en wij kijken hoe we daar oplossingen voor kunnen geven’, zegt lector Duurzame Energie Mascha Smit tijdens het symposium.

    Smit geeft voorbeelden van projecten die binnen Hydrova worden opgepakt: zo wordt er onderzoek gedaan naar een waterstofopslagsysteem bij windmolens op het Arnhemse Koningspleij en er wordt gekeken of dieselmotoren in houtversnipperaars en waterdrukreinigers vervangen kunnen worden door brandstofcellen. Projecten waar ook studenten aan meewerken; voornamelijk ingenieurs in opleiding, die een belangrijke rol gaan spelen in de Gelderse waterstofmarkt.

    Personeelsvraag

    Er is veel vraag naar personeel dat verstand heeft van duurzame-energietechnologie. ‘Jullie vroegen toch hoe je ons kunt helpen? Lever meer goeie mensen af’, zegt Ellart de Wit van Hygear met een glimlach, waarna hij naar de vacatures op zijn website verwijst. Hygear, een Arnhems bedrijf dat onder andere waterstof in de elektronica-, glas- en staalsector levert, zit in een groeiende handel. En die groei beperkt zich niet tot de regio. Nedstack, HyGear en MTSA richten zich op de Chinese markt. MTSA en Nedstack realiseerden zelfs een 2 MW-waterstofcentrale in de Chinese stad Yingkou, die warmte en energie levert.

    Rob van der Sluis, van system integrator MTSA, pleit voor een waterstofcentrale dichter bij huis. ‘Wij willen het liefst een project in Gelderland. Het is jammer dat ons 2 MW-systeem in China staat.’ Van der Sluis hoopt dat de bezoekers van het symposium kunnen helpen bij de realisatie hiervan. ‘Ik hoop dat hier partijen zitten die hier ook mee bezig zijn of mee bezig willen zijn.’

    Het minisymposium zou een Gelderse waterstofcentrale zomaar dichterbij kunnen brengen. Meerderen sprekers roepen op tot samenwerking en delen hun ideeën. Binnenkort wordt duidelijk wat de toenaderingen en kennisuitwisselingen opleveren.

  • HAN en Industriepark Kleefse Waard starten energiecampus The O-Zone met hulp van de provincie

     Het Industriepark Kleefse Waard (IPKW), de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en het Sustainable Electrical Energy Center of Expertise (SEECE) ontwikkelen een energiecampus in Arnhem: The O-Zone. De campus moet bedrijven en kennisinstellingen blijvend met elkaar verbinden.

     Op het IPKW worden thematische leeromgevingen ontwikkeld, waar studenten en bedrijven aan energievraagstukken werken. De leeromgevingen vormen samen The O-Zone, waar vooral techniekstudenten van de HAN actief zijn.

    Energiethema’s

    Elke leeromgeving heeft een eigen thema. In februari 2018 werd het Energy for Sustainable Built Environment (ESBE) geopend in het Powerlab/ONE, een leeromgeving waar studenten en bedrijven focussen op energie in de gebouwde omgeving. In 2017 werd met partners het Mobility Innovation Center (MIC) geopend  waar studenten en bedrijven aan mobiliteitsvraagstukken met een energiecomponent werken.

    De provincie Gelderland stelde  € 186.000 subsidie beschikbaar voor The O-Zone. De provincie stimuleert projecten die het verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt kleiner maken. The O-Zone voldoet aan de criteria. Doordat studenten op het IPKW met bedrijven aan ‘échte’ projecten werken, worden ze goed voorbereid op het werkveld. Daarnaast krijgen betrokken bedrijven vroegtijdig toegang tot nieuwe arbeidscapaciteit.

    Professionals

    In Nederland is een kwalitatief en een kwantitatief tekort aan technici die verstand hebben van nieuwe energietechnologie. The O-Zone speelt hierop in. De initiatiefnemers ambiëren een significante toename van goedgeschoolde energietechnici. In The O-Zone gaan bachelor- en masterstudenten aan de slag, uit binnen- en buitenland.

    De oprichters van The O-Zone creëren een hybride leeromgeving waar ruimte is voor initiatieven van studenten. ‘Studenten hebben de vrijheid om zich hier te ontplooien. We doen een beroep op studenten met een ondernemersgeest en daar lopen er veel van rond op het hbo’, aldus Erik Folgering, programmaleider bij SEECE. ‘Het zit vooral in de cultuur die we neer willen zetten.’

     

  • Veel extra professionals nodig voor Gelderse energietransitie; HAN helpt

     Nieuwsmedia besteden   volop aandacht aan de arbeidsvraag in de technieksector, naar aanleiding van een SER-rapport. Hierin wordt gewaarschuwd voor een groeiend tekort aan goedopgeleide energieprofessionals. Het Sustainable Electrical Energy Center of Expertise (SEECE) werkt sinds 2013 aan Gelderse oplossingen voor dit probleem.

     ‘Overal zonnepanelen en boilers, maar te weinig mensen om ze aan te leggen’, kopte NOS   op haar website. Dagblad Trouw pakte uit met ‘Explosie groene vacatures verwacht’ en het NRC schreef ‘Personeelstekort in vergrijsde industrie’. Aanleiding was het rapport dat de Sociaal-Economische Raad (SER)  openbaar maakte: Ontwerpadvies Energietransitie en Werkgelegenheid.  De komende periode wordt een tekort van 15.000 mensen verwacht, in de volle breedte van de sector. Op vmbo- en mbo-niveau, maar ook onder hbo’ers en wo’ers. De SER roept in haar rapport op tot actie:

    “Voor de slaagkans en het maatschappelijk draagvlak van de energietransitie en het klimaatbeleid is het cruciaal de economische en werkgelegenheidskansen van dit proces te verzilveren, mogelijke knelpunten aan de vraagzijde tijdig te ondervangen en de sociale risico’s op een passende wijze op te vangen.”

    Doelgroepenaanpak

    Het groeiende personeelstekort in de energiesector is natuurlijk geen nieuws voor SEECE. Het centre of expertise maakt zich sinds 2013 hard voor meer goedopgeleide energie-ingenieurs. Met als motto: samenwerken aan betaalbare en betrouwbare energie voor een duurzame wereld.

    SEECE identificeert doelgroepen en verbindt deze aan nieuwe projecten. Deze projecten mogen niet kannibaliseren op onderwijsinstellingen, maar moeten energieprofessionals opleiden die zonder de inspanningen van SEECE niet in het vakgebied waren terechtgekomen.

    Concrete projecten

    Een voorbeeld is Werken en Leren met Energie, dat in 2013 van start ging. Dit is een leerwerktraject, waardoor technisch talent zich vrijwel kosteloos kan laten omscholen tot elektrotechnicus of werktuigbouwkundige op bachelor-niveau. Deelnemers dragen bij aan een kortetermijnoplossing voor het personeelstekort. Ze treden vanaf dag 1 in dienst van een bedrijf dat werkt aan energievraagstukken.

    SEECE richt zich sinds kort ook op praktische havisten. Havoleerlingen, die geen reguliere voltijds hbo-opleiding willen volgen, kunnen zich sinds kort aanmelden voor het Operational Network Traineeship. Deelnemers aan het traject krijgen een contract bij netwerkbedrijf Alliander én starten aan een technische hbo-opleiding op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

    Directe gevolgen personeelstekort

    Met deze - en veel meer - projecten oefent SEECE op korte termijn invloed uit op de arbeidsmarkt. De gevolgen van het personeelstekort zijn namelijk al zichtbaar. Netbeheerders waarschuwen voor stroomuitval, windmolens en zonneweides kunnen niet worden opgeleverd vanwege onvoldoende capaciteit en energieprojecten lopen vertraging op omdat netbeheerders de aansluitingen niet op tijd kunnen realiseren.

  • EeGelderse uitdaging: Het klimaat- en energie-akkoord vraagt om goedkopere energie-opslag

    Prijs van batterijen daalt, maar energiedichtheid neemt nauwelijks toe 

     Hoe gaat het met de ontwikkeling van lithiumbatterijen? Stefan van Sterkenburg, onderzoeker op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), gaf antwoord op deze vraag tijdens het Ports and the City-congres in Nijmegen. ‘De energiedichtheid neemt maar heel langzaam toe.’ Van Sterkenburg doet voor de HAN onderzoek naar batterijtechnologie, onder het zwaartepunt Sustainable Energy & Environment. 


    “Batterijtechnologie is veel goedkoper geworden en de verwachting is dat de prijs nog veel verder zakt. Een aspecten als levensduur, vermogensdichtheid, veiligheid, de snelheid waarmee je batterijen kunt laden en ontladen zijn enorm verbeterd. Alleen de energiedichtheid neemt maar heel langzaam toe.”

    “De kosten gaan gelukkig omlaag. In vier a vijf jaar halveert de prijs zo’n beetje. Maar je moet nog steeds vaak laden en dat is ook onhandig.”

    Hoe komt het dat de prijs zo hard daalt?
    “De productiecapaciteit neemt enorm toe. In werd in 2017 voor 28 of 29 GWh aan lithiumbatterijen geproduceerd. En er worden nu batterijenfabrieken gebouwd, waardoor de productie met een factor 5 wordt opgeschroefd. Dus dan zitten we op 140 GWh.”

    Er wordt weleens gezegd dat er niet voldoende grondstoffen zijn voor lithiumbatterijen. Hoe zit het daarmee?
    “Daar maakt men zich niet zo druk om. Als je kijkt naar het belangrijkste materiaal, lithium: daar is genoeg van op aarde. Er is voor 400 jaar aan reserve. Dus dat is gevonden lithium, dat bewijsbaar gedolven kan worden. Maar er zijn nog veel meer resources, lithium dat nog niet gevonden is. Lithium is er dus genoeg.”

    Zie jij bijzondere toepassingen van batterijtechnologie?
    “Men verwacht dat, als de prijs onder de 150 dollar per KWh zakt, lithiumbatterijen interessant worden voor energieopslag in elektriciteitsnetten. Dat is over zo’n vijf jaar het geval. Of ze geschikt zijn, hangt ook af van de toepassing. Als ik thuis, overdag zonne-energie wil opslaan om die ’s avonds te gebruiken, heb ik wel wat aan batterijen. Maar je hebt ook een onbalans tussen zomer en winter. Die kun je met batterijen niet oplossen. Dan denk ik dat waterstof meer opties biedt. Maar met waterstof zie je dat de efficiency heel laag is. Stroom moet worden opgewekt, omgezet worden naar gas en vice versa.

    In de auto-industrie komt de omslag naar elektrisch rijden sowieso. Maar ik denk dat die industrie ook ziet dat de batterijcapaciteit niet snel genoeg toeneemt. En je ziet dat veel autobedrijven toch een beetje inzetten op fuel cells. Maar het kan zomaar zijn dat er een technologische doorbaak aankomt. Er zijn lithiumbatterijen die een energieopslag hebben van 450 Wh per kilogram. Die worden nu al geproduceerd. Alleen is de levensduur van die batterijen beperkt. En de elektrolyt is niet stabiel genoeg. Maar als daar een oplossing voor komt, kan het zomaar zijn dat we volgend jaar een batterij hebben die twee keer zo veel energie heeft. Dan kun je niet 200 kilometer met een elektrische auto rijden, maar 400.”

  • Studentenproject Wonen voor starters

    Lars Stevenson 17-04-2018 1 reacties

    Als deel van het vak Ruimtelijke Ontwikkeling van het derde jaar van de opleiding Geografie, Planologie & Milieu van de Radboud Universiteit mochten wij meedenken over het thema wonen binnen de omgevingsvisie van de provincie. In twee maanden tijd hebben wij binnen het thema wonen onderzoek gedaan naar de manieren waarop ervoor gezorgd kan worden dat starters die in het Rijk van Nijmegen wonen ook in de toekomst willen én kunnen blijven wonen.


    Uit onze bevindingen kwamen een aantal in onze ogen belangrijke punten naar voren als het gaat om een visie voor wonen voor starters, niet alleen in het Rijk van Nijmegen maar voor heel Gelderland. Als eerste wil ik op het belang van binding wijzen bij het kiezen van een woonlocatie. Als het gaat om het bepalen van geschikte locaties om te wonen of nieuw te bouwen wordt er vooral gekeken naar voorzieningen: Is er een goede supermarkt in de buurt? Is er een verbinding met het OV? Dit is slechts een aspect van wonen, maar bepaalt niet geheel de keuze voor een woonplek. Belangrijke aspecten die veel moeilijker objectief te bepalen zijn en daardoor waarschijnlijk minder meegenomen worden zijn binding met het sociale netwerk of binding met bepaalde plaatsen. De vrienden van je studie wonen hier, je familie woont in de buurt of je bent opgegroeid in deze buurt. Allemaal redenen die niet kijken naar de goede busverbinding, de aanwezigheid van een bioscoop of andere voorzieningen maar die uitgaan van een persoonlijke binding. In rapporten over geschikte bouwlocaties en visies voor wonen voor starters zouden ook deze punten meegenomen moeten worden: kijk verder dan de objectieve ruimte en neem ook de binding met deze ruimte mee.

    Verder wil ik ook wijzen op het belang van het bouwen voor de toekomst. Hiermee bedoel ik dat de huizen nu bouwen ook geschikt moeten zijn voor toekomstige wensen en eisen. Dit klinkt paradoxaal want we kunnen nu niet weten wat de eisen van de toekomst zullen zijn. Toch zijn er wel trends te voorspellen én kunnen we met de kennis van nu wel anticiperen op toekomstige eisen. Het meest gemakkelijke voorbeeld is het aansluiten van huizen op gas. Dat gebeurde twintig jaar geleden gewoon nog standaard. Ook toen waren ze bewust van het feit dat de gasvoorraden op zouden raken en dat het ooit anders zou moeten. Toch is er toen niet gebouwd voor de toekomst waardoor er nu grote aanpassingen aan een huizenvoorraad van slechts twintig jaar oud gedaan moeten worden. Dat dit het liefst voorkomen moet worden bij toekomstige nieuwbouw is evident, maar op welke manier is een moeilijkere vraag. Met de kennis van nu kan wel gesteld worden dat toekomstige woningen energieneutraal moeten worden en zuiniger zullen moeten omgaan met grondstoffen. Maar ook trends zoals ‘shared economy’ kunnen overwogen worden. Hierbij gaat het om het delen van producten die niet individueel noodzakelijk zijn. Greenwheels of bijvoorbeeld de OV-fiets zijn hier goede voorbeelden van, maar dit kan je veel verder trekken naar bijvoorbeeld een wijk waarbij huizen kleiner zijn maar wel samen een aantal flexplekken en logeerkamers delen of waarbij je alle ruimtes in een huis deelt.  Hierdoor zullen er minder spullen nodig zijn en zullen de grondstoffen die nodig zijn efficiënter worden ingezet.(Een mooi voorbeeld hiervan is het artikel over co-living van afgelopen zondag in de trouw, https://www.trouw.nl/samenleving/co-living-woongroepen-dertigers-delen-een-huis-weer-met-huisgenoten-met-dank-aan-stijgende-huren~ad76bdb0/)

    Deze uitdagingen zijn niet gemakkelijk op te lossen. Het vraagt om een aanpassing in de mindset van betrokken actoren. Niet alleen voor overheden betekent dit anders omgaan met nieuwbouw en het bepalen van geschikte locaties voor starters. Ook voor starters zelf zal het wonen op een manier die beter aansluit bij de toekomst een omslag zijn: Zij zullen niet de woningen die nu gebruikelijk zijn gaan bewonen, maar een woning van de toekomst. Er is niet één oplossing die door de provincie gebruikt kan worden, maar het is denk ik wel belangrijk om deze uitdagingen die tegelijk ook kansen kunnen zijn mee te nemen bij het opstellen van de omgevingsvisie voor het thema wonen.

    Lars Stevenson

    Student Geografie, Planologie & Milieu

    Radboud Universiteit

  • Gelderse circulaire estafette, doe mee!

    bert lagerweij 19-03-2018 1 reacties

    Doe mee met de Gelderse circulaire estafette!

    In Nijmegen is het sinds 2014 een begrip: het duurzame estafettestokje. Als betrokken duurzame Nijmegenaar was ik er vanaf het begin bij betrokken. Het begon met een estafette op louter spierkracht van Nijmegen naar Kopenhagen toen Nijmegen voor het eerst een poging deed om Green Capital te worden.

    Inmiddels is het stokje 60 keer overhandigd in de stad. De stichting Green Challenges, waar ik deel van uit maak, coördineert dit stokje en draagt er zorg voor dat de houders in de spotlight worden gezet.


    Aangestoken door dit succes en om de provincie te betrekken bij Nijmegen European Green Capital 2018, besloten de stichting Green Challengesen de provincie Gelderland tot een estafette door heel Gelderland.

    In overleg met de provincie veranderden we het woord ‘duurzaam’ in ‘circulair’, omdat we juist die initiatieven dit jaar extra in de spotlights willen zetten. De Gelderse circulaire estafette ging van start. En het goede nieuws: u kunt nog circulaire initiatieven of projecten aanmelden om mee te doen!

    Geen afval verspillen

    In een circulaire economie gaat het er om geen afval te verspillen en gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- en windenergie. Gelukkig zijn er veel goede voorbeelden te vinden in Gelderland. Het eerste estafettestokje ging naar de gemeente Apeldoorn voor de circulaire aanbesteding van de woonwijk De Parken. De gemeente Brummen meldde zich ook voor het estafettestokje. De papierindustrie zuivert daar in Eerbeek afvalwater, zodat het kan worden hergebruikt en ook de reststromen die bij die zuivering vrijkomen worden benut. Weer een mooi voorbeeld. De gemeenten Rheden en Lochem sloten zich ook aan bij de circulaire estafette. Beide gemeenten zetten verschillende ondernemingen in de schijnwerpers. Op onze website www.gelderse-circulaire-estafette.nl is het allemaal terug te lezen.

    Inspirerende voorbeelden

    Het zijn niet alleen gemeenten die zich kunnen aanmelden voor de Gelderse circulaire estafette. Kent u een mooi Gelders circulair project, laat het ons dan vooral weten. Met deze estafette willen we anderen inspireren meer circulair te denken of te ondernemen. Laat ons stokje dus vooral in vliegende vaart rondgaan door de provincie. Aanmelden kan via info@greencapitalchallenges.nl

    Doe mee!

    Bert Lagerweij, Nijmegen, 16 maart 2018

  • Naar een duurzaam huis (Jan Jacob van Dijk, vlog 5)

    De afgelopen weken heb ik verteld over mijn belevenissen met het verduurzamen van mijn woning. In dit filmpje deel ik de lessen die ik hieruit trek als gedeputeerde. Belangrijkste conclusie is dat het als woningeigenaar erg ingewikkeld is om dit alleen te doen. Vandaar ook dat we bezig zijn met de wijken van de toekomst om dit op wijkniveau op te pakken. Ook kunnen energiecoöperaties hier een waardevolle rol in spelen.

    Bekijk hier vlog 5

  • Blog van Uko Post: Hoe bevorder je duurzaam gedrag?

    De gaskraan in Groningen gaat dicht, Nederland moet op zoek naar andere energievormen. Gemeenten zijn aan zet om binnen vijf jaar met wijkplannen te komen. De tijd is echter voorbij dat we van bovenaf gaan opleggen wat die andere energievorm moet zijn. Mensen mogen zelf kiezen. Maar hoe krijgen we mensen zover dat ze gaan kiezen? Wat motiveert mensen tot duurzaam gedrag? Hierover organiseerde de provincie Gelderland op 5 februari een kenniscafé.

    We denken vaak dat kennis de oplossing is en dat ook geld cruciaal is. Deze factoren zijn echter niet van doorslaggevend belang. Uit onderzoek blijkt dat mensen duurzaam willen doen omdat ze het zelf belangrijk vinden. Ze moeten er zelf van overtuigd zijn dat het nut heeft om hun gedrag te veranderen. Mensen verbinden dat dan aan hun identiteit en dat bepaalt dan weer hun toekomstig gedrag.

    Daarnaast speelt ook de sociale omgeving mee. Denk dan aan de buurt, dat kan een sterke motivator zijn. Mensen zijn enthousiast voor een initiatief “om mee te doen”. Het ideële (duurzame) motief is minder belangrijk. Je gebruikt dan de sociale binding die er in de buurt al is.

    Dit sluit goed aan bij het verhaal dat Jan Rotmans onlangs vertelde. Hij was spreker op het jaarcongres van het Gelders Energieakkoord. Hij maakte duidelijk dat de energietransitie vooral een mentaal punt is. Het zit tussen de oren. Het gaat niet om techniek, maar om mensen.

    Er is daarnaast lef, moed en leiderschap nodig en een roadmap – een inspirerend vergezicht. Daarmee kun je mensen overhalen de juiste beslissingen te nemen. Gas is in korte tijd in het verdomhoekje beland. We zijn hekkensluiter in Europa als je kijkt naar hoeveel duurzame energie we opwekken.

    Rotmans had goede tips voor de Wijken van de Toekomst. Gelderse gemeenten zijn daarin – samen met de bewoners - aan het pionieren met gasloos. Het gaf mij in ieder geval een helderder beeld op het proces:
    1. Maak woningen gasloos
    2. Isoleer je huis zo goed mogelijk, zodat je minder energie nodig hebt
    3. Wek duurzame energie op
    4. Installeer warmtepompen en zonnepanelen

    Natuurlijk is elke wijk in de praktijk weer anders. Maar de grote lijn is – denk ik – wel hetzelfde: doe het niet centraal en werk van onderop. Op dit moment mag iedereen nog zelf beslissen wanneer hij of zij aardgasloos wordt.

    In Zutphen gaan we binnenkort weer in gesprek met de bewoners van onze proefwijk. Ik neem geen kennis en geld mee. Ik ga kijken wat zij belangrijk vinden en wat er al speelt in hun buurt. Dan maken we hopelijk stappen in de richting van een duurzamere samenleving.

    Uko Post, adviseur Ruimte en Wonen gemeente Zutphen

  • Provincie Gelderland en Gispen maken samen werk van afval

    Vrijdag 2 februari bracht ik een werkbezoek aan meubelfabrikant Gispen in Culemborg. Iedereen kent Gispen om haar designmeubels, maar dat ze die meubels zo ontwerpen dat alle onderdelen kunnen worden hergebruikt is minder bekend.

    Werk maken van afval

    Gispen maakt werk van afval. Dat sluit uitstekend aan bij onze ambitie om van Gelderland de eerste afvalloze provincie van Nederland te maken. We stimuleren ondernemers om afvalloos te werken en geven zelf het goede voorbeeld. Zo hebben we bij de verbouwing van het Provinciehuis samen met Gispen al het oude kantoormeubilair een nieuwe bestemming weten te geven.

    Van oude kasten tot nieuwe lockers

    We zijn begonnen met de quick wins in ons eigen huis. Gispen heeft ons geholpen om oude kasten om te bouwen tot lockers, kledinghangers te zagen uit oude bureaubladen en kantoormeubilair opnieuw te stofferen. Het merendeel van de oude hoekbureaus en kasten uit het Huis der Provincie zijn door Gispen verscheept naar Dakar (Senegal). Daarmee zijn ontwikkelingsorganisaties van meubilair voorzien.

    Tapijttegels krijgen een tweede leven

    Tijdens de verbouwing van het Huis der Provincie hebben we ruim 90% van het materiaal en meubilair aan een tweede leven weten te helpen. Maar ook alle planten en tapijttegels hebben een tweede leven gekregen. Zo is het tapijt uit de tijdelijke kamer van de Commissaris van de Koning gebruikt om een woning van een 18-jarige asielzoeker te stofferen. Het tapijt uit de vergaderkamer van het college werd gelegd in de woning van  iemand die langdurig in een daklozenopvang zat.

    Naar een Groene Industrie

    Gelderland maakt werk van een ‘groene’ industrie waarin afval de nieuwe grondstof is. In 2030 moet de circulaire economie in Gelderland zorgen voor €700 miljoen extra omzet, 5.000 nieuwe banen en 50% minder afval. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee!

    Michiel Scheffer, gedeputeerde (Groene) economie, arbeidsmarkt en Europa

  • Regionale energiestrategie voor het goede gesprek over energietransitie

    Jan Jacob van Dijk 25-01-2018 8 reacties

    Hoe gaan we de energietransitie aanpakken? Het is goed om met elkaar over dit onderwerp van gedachten te wisselen.

    We willen allemaal energieneutraal worden. Daarvoor hebben onze koepels, IPO en VNG samen met Unie van Waterschappen het aanbod gedaan aan het nieuwe kabinet,  staat het in bijna elk coalitieakkoord én werken we samen in het kader van het Gelders EnergieAkkoord. Over de doelstellingen zijn we het dus allemaal eens.

    Waar het mij om gaat is de vraag hoe we hier samen met inwoners, bedrijfsleven, verenigingen en organisaties gestalte aan gaan geven.  Hoe gaan we dat doel bereiken? Wetend dat het niet alleen om technische veranderingen gaat maar juist om een maatschappelijke verandering.  Het vraagt om een andere manier van omgaan met energie.  Energie, die nu nog grotendeels ver van ons met behulp van fossiele brandstoffen wordt geproduceerd, gaan we nu zelf decentraal duurzaam opwekken. En dat gaan we zien en merken in de vorm van zonnepanelen, biomassacentrales en windmolens.

    En die opgave is heel groot als we het huidige niveau van comfort willen behouden. Voor Gelderland is ooit al eens op de achterzijde van een sigarendoosje uitgerekend hoeveel zonnepanelen en windmolens dat voor heel de provincie zou betekenen. Dan gaat het om 20 miljoen daken voor zonnepanelen of 8.000 windmolens. Enorme aantallen.

    Hoe dan wel? Niet alleen in Gelderland maar in heel Nederland werken we aan regionale energiestrategie. Zo’n regionale energiestrategie(RES) vormt een belangrijk instrument bij de klimaatwet en de afspraken die we als gemeenten, provincies, waterschappen en rijk maken om de doelen van het Parijs-akkoord te realiseren.

    Een RES maken we met inwoners, bedrijfsleven, verenigingen en maatschappelijke organisaties en bestuurders en raadsleden op lokaal niveau. We brengen in kaart wat het huidige energieverbruik is en wat er al aan isolatie en duurzame opwek aanwezig is. Vervolgens zetten we daar de ambities naast en dan ontstaat ook het beeld van wat er moet gebeuren.

    We beginnen met energiebesparing. Gemeenten kunnen bepalen dat nieuwbouw zonder aardgasaansluiting en energieneutraal moet worden gebouwd. Daarnaast kunnen gemeenten de energiebesparing bij bedrijven sterker handhaven door meer controles te doen. Dat zet echt zoden aan de dijk.

    Maar ook dan hebben we nog duurzame opwek nodig. In de RES moeten we dat gesprek niet uit de weg gaan. Alles op zee zetten zal niet lukken Er zal ook op land veel moeten gebeuren. 

    Met de huidige stand van zaken van de techniek hebben we globaal vier vormen van duurzame opwek: restwarmte, zonne-energie, biomassa en windmolens. Geen enkele gemeente kan nu al zeggen dat ze één van deze vormen nu al uitsluit. Elke vorm heeft zijn voor- en nadelen. Zo levert een windmolen evenveel op als negen voetbalvelden aan zonnepanelen. En ruimte is schaars in Nederland.

    Dat bedoel ik dan ook met de opmerking dat ik denk dat we niet zonder windmolens kunnen. Want willen we echt werk maken van die energietransitie hebben we ieders inzet en álle bijdragen nodig. We kunnen ons daarom de luxe niet permitteren om bij voorbaat al windmolens uit te sluiten.

    Discussies hierover zijn niet uniek. Op heel veel plekken woedt deze. Het is ook niet simpel. We hebben elkaar heel hard nodig. Wat dat betreft zie ik ook uit naar de toekomstige samenwerking tussen provincie en gemeenten, want daar zijn we het wel over eens: energietransitie zal hoog op de gemeentelijke en provinciale beleidsagenda blijven staan.

    Jan Jacob van Dijk, gedeputeerde Energietransitie provincie Gelderland